Regel #5: Geef geen awards aan medewerkers, tenzij voor het gedrag dat je écht waardevol vindt.
Op menig nieuwjaarsfeest zetten organisaties dezer dagen hun medewerkers in de bloemetjes. Soms letterlijk, soms met een award, maar sowieso met een oorverdovend applaus voor:
De beste verkoper
De snelste groeier
De meeste dossiers
Ge-wel-dig… voor de winnaars.
Voor andere collega’s voelt dit vaak een pak minder goed. Demotiverend, onbereikbaar, of zelfs: "Ik hoor er niet bij. Zucht."
Competitieve awards op harde prestaties kúnnen een weloverwogen strategie zijn. Ze belonen gewenst resultaat, maar dragen weinig bij aan oprechte motivatie, laat staan aan een gezonde organisatiecultuur, een sterk werkmerk.
Wat als je awards niet zouden draaien om meer, sneller of beter. Maar wel om hoe mensen samenwerken? Om de manier waarop ze waarden tot leven laten komen in kleine, dagdagelijkse momenten?
Wie awards uitreikt aan collega’s die organisatiewaarden écht weten te vertalen naar de praktijk, maakt iets heel anders duidelijk:
👉 dat niet alleen uitzonderlijke prestaties tellen
👉 dat het gedrag van elke dag er enorm toe doet
👉 dat waarden niet (alleen) aan de muur hangen
Zo worden awards geen wedstrijd, maar een spiegel van het soort organisatie dat je wil zijn. Je waarden worden concreet. Je employer brand krijgt meer gewicht.
En oooh ja! Laat medewerkers elkaar nomineren voor die awards. Zo doe je hen — bijna ongemerkt — ook eens écht nadenken over de organisatiewaarden.
Erkenning wordt zo iets breed gedragen. Iets van ‘ons’. Niet van management of HR, maar van heel de bende.
En daarom is Chansaar regel #5:
Geef geen awards aan medewerkers, tenzij voor het gedrag dat je écht waardevol vindt.

